Op de vier-entwintigste Tekening.
De droeve Psiche, zeer mistroostig, naakt den drempel
Van Ceres hooge koor, maar vind noch troost noch heul,
Zy dient, zy bidt, en smeekt, maar, laas! haar wordt de Tempel
Om Venus wraak ontzeit, die strekt haar tot een beul.
Die van een hoogen staat zich laag en droevig vinden,
Al doen zy dubb'len dienst, hun dienst wint zelden vrinden.