Gezang des Aemstelstrooms.
Vaar voort, ô bloem der jongelingen, In met een lieffelyk gevleij Elks hart te lokken door uw zingen, Hanteer met vreugd de veldschalmeij; Dan krygen beek en beemden ooren, Om uwe zangwys aan te hooren.
Vaar voort in dichtkonst, wakk're zoon Van Michael, die ons Godtvruchtig, Op zynen hoogen hemeltoon, Godts heilorakelboek doorluchtig Ontvouwde, in Aemstels vreedekerk, En won een roem, den nyd te sterk.
Zyn tong daar mannadauw van vloeijde, Verquikte 't hart met hemelspys, En nektar, die de ziel besproeijde; Nu zingt hy in Godts paradys, Daar Sterrenheiren hem verlichten, Het puik der Serafinnedichten.
Wat eere is 't dat ge in Amsteldam Tot vreugd des Godtstolks zyt gebooren, Wiens ziel nu in een zuiv're vlam Van liefde leeft, by de Eng'len chooren. Hoe lokt zyn penne elk af van 't aardsch, En wyst ons rustig hemelwaarts!
Het puik der Dichtreij spant de snaaren, Begroet u aan den bruiloftsdis, En vlecht het dichtloof om uw' haaren. Al 't maagschap dat vol blydschap is Kust u, en uwe zielsvriendinne, Terwyl ze u streelt uit wederminne.
Geen lachend roosje bloeijt zo schoon Op Hermon, en in Sarons hoven, Of in de blyde bruiloftskroon, Als uw Van Britten, waard te looven; Haar bloosje zet uw hart in brand. Robyngloed speelt op diamant.
Blank zyn de zilv're duinvalbeeken, Die met haar leevend kristalyn De Herulheimer lynwaatbleeken Verquikken in den zonneschyn: Noch reiner bruîgom zyn de zeden Der schoone, van u aangebeden.
Lief klinkt het heilig bruiloftslied Door Libanon en zyn waranden, Daar Godts jordaan zyn kruik uitgiet Op Kanaans doritige akkerlanden; Volgt gy die klanken op uw lier, Zy blaakt met u, in 't Godtlyk vier.
Geen wonder dat Poeëtenreijen, Op hunn' verrukkelyke wys, U in triumf ten tempel leiên, En zingen uwe min ten pryz'; Daar gy, verwinnaar van die schoonheid, De konst met uw geluk ten troon leidt.
Van Brittens tweeling zonneschyn, Die in den hemel van haar weezen Een gloed verwekt, zal heilzaam zyn, Uw hart verquikken en geneezen. Vermengt te saam' in 't rein gemoed De ziel-met ziel, als gloed met gloed.
Geniet met vreugde uw zielsbegeeren. Uw' deugden blinken heerlyk uit In uw Godtvruchte Moeders te eeren. Kust haar ô bruidegom en bruid. Uw liefdevuur zy niet te blussen Voor u Godts Cherubinnen kussen.
Cookies on Poetry Cove