Op de zestiende Tekening.
Verliefde Schoonheid, zie de vrucht nu van uw poogen.
Nu kent ge uw wederga: maar ach! het is te laat!
Hy vliegt nu van u af, is zonder mededoogen,
Laat u in eenzaamheid, en straft uw quaade daad.
Treur, ligtverleide vrouw, gy hebt veel ramps te wagten.
Zy zyn verachtens waard, die goeden raad veragten.