Skip to content
1760

De gedichten. Deel 1

Pieter Langendijk

Tegenzang.

't Is Langendyk, Apolloos zoon, Gequeekt, gekoesterd in uw' muuren, Wiens zang alle eeuwen zal verduuren, Zo lang de Dichtkunst spant de kroon. 't Is hy, die op zyn zuiv're snaaren, Die hy van Febus zelf ontfong, Uw lof zo zielverrukkend zong, Ter eeuwige eer van 't kronk'lend Spaaren, Dat fier op zulk een' schoonen lof Hem toejuicht uit zyn Waterhof.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 1 · Pieter Langendijk · Poetry Cove