Op de drie-endartigste Tekening.
Het kost'lyk goude vacht, met groot gevaar verkregen,
Wordt Venus in haar schoot geofferd door de hand
Der schoone Psiche, die verheugd om zulken zegen,
De hoop op haar genâ heeft in het hart geplant:
Maar, laas! 't gezicht van 't vacht schynt Venus meer te tergen.
Men doodt geen vuilen haat, al bragt men goude bergen.