Skip to content
1760

De gedichten. Deel 1

Pieter Langendijk

Op de vyf-entwintigste Tekening.

't Rampzalig koningskind wordt weer voor 't hoofd gestoten, Zy vindt geen schuilplaats meer, nu Juno haar ontzeid. Ach! klaagtze, had ik nooit Kupidoos min genoten, 'k Had Venus ligt gepaaijd, en nooit myn lot beschreijd. Wat draal ik? 'k zal terstont myn vyandinne smeeken. Zo ligt vleijt wanhoop ons, als vrienden ons ontbreeken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 1 · Pieter Langendijk · Poetry Cove