Skip to content
1760

De gedichten. Deel 1

Pieter Langendijk

Op de elfde Prent.

Een Ezel ziende hoe het hondje quispelstaert En springende op den schoot, zyn meesters gunst kon steelen, Deed hem die kunsjes na, hoe strydig met zyn aart: Maar voelde haast zyn rug van 't volk met knuppels streelen. Wie vorsten vleijen wil uit zucht tot eigenbaat, En van natuur niet is tot vleijery genegen, Vindt zich aan 't hof wel haast van iedereen versmaad: Gemaakte vleijery staat allen menschen tegen. De burger maak' door vlyt en werk zich aangenaam: Tot hondekunsjes is de hov'ling best bequaam.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De gedichten. Deel 1 · Pieter Langendijk · Poetry Cove