Zang.
Stemme: 's Winters wil ik van liefde spreeken.
Koomt Speelnoots, zoete maagdereijen,
Geleidt de bruid na 't bruiloftsbed,
Daar zal de min haar roozen spreiën,
Geplukt op Ida en Himet.
Let op geen traanen, op geen bloozen,
Wanneer de bruid van schaamte schreijt:
Want liefdedauw op liefde-roozen,
Maakt dat hunn' geur zich meer verspreijd.
Gaa, bruîgom, gaa de vruchten smaaken
Der liefde, met uw schoone bruid.
De hemel wil haar moeder maaken,
Eer 't volgend jaar zyn kring besluit.
Zo bloeij' 't geslacht door lieve looten.
Van Dorssens bloeije, als Hagens stam,
Met 's hemels zegendauw begoten,
Vol vreugde, in 't machtig Amsteldam.