Op de vierde Tekening.
De Godsspraak van Apol, zegt aan den droeven koning:
Verçier uw dochter, breng haar op een hoogen rots,
Daar zal een schrikk'lyk dier haar neemen in zyn wooning,
Een vreesselyke slang, gevleugeld, wreed, en trots,
Daar Jupiter voor beeft, en Pluto voor moet vreezen,
Dees zal de man en heer der schoone Psiche weezen.