Skip to content
1633

Kleyn liedtboecxken

Pieter Jansz. Twisck

Na de wijse: 'tIaer is langher als den dagh, Ofte: Een goet nieuw liedt heb ick bedacht. ICk wil beginnen een nieu liedt, Dat sal ick u gaen singhen Wt goeder meyningh het geschiet Aen u ghy Ionghelinghen. En weest u ouders ghehoorsaem Nu en tot aller stonden, Lief kinderen, leeft doch bequaem, Weest niet spijtigh van monden. Haet, nijt laet verre van u sijn, Weest vriendelijck niet stuere, Ghedencket om de helsche pijn, Daer het eeuwigh sal dueren.

O jonghe jeught, schickt u tot deught, V quaden aerdt wilt breecken, En u na Godes woorden veught, Wilt quaet met quaet niet wreecken. Wacht u al van gheselschap quaet En wilt doch van haer scheyden, Die altijdt gaen over de straet, Om niet goets te verbreyden. Comt in tijts by u ouders t'huys, En doolt niet achter straten, En stelt u altijdt sonder kruys Tot onderwijs ghelaten. Siet wel toe ende verwerpt niet 'Tcastijden van u Vader, Laet u leeren sonder verdriet Al met Godts woort te gader. Van jonghs op schickt u algelijck Na Godes wil te leven, Op dat ghy wort al in sijn rijck In eeuwicheyt verheven. Godts uytvercoren sullen sijn: Ghelijck de sonne blincken, Als de quade in pijne sijn. O Ieught wil dit ghedincken. Oorlof hier me, jonckheyt in't slot,

De Heer wil ons bewaren, Op dat wy hier namaels by Godt Eeuwigh mochten vergaren. Na beter.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Kleyn liedtboecxken · Pieter Jansz. Twisck · Poetry Cove