Skip to content
1719

Het gheestelyck opeeltjen van Hardoysche roose-bladers

Pieter Cauwe

Stemme: Als’t beghint. Vrienden laet ons vroylijck sijn al met blijde sinne Want geen droefheyt noch verdriet en mach hier komen binnen Och waer ick by u mijn Godt hoe soude ick u beminnen.

2. Want alle des werelts vreucht en kan my niet vermaecken Het en is dan ondeught ten sijn maer ydel saken Och waer ick by u mijn Godt hoe soude ick my vermaecken. 3. Iesus wilt doch in mijn hert een kleen pijleken schieten

Want het lijdt soo grooten smert den tijdt doet my verdrieten Och waer ick by u mijn Godt hoe soude ick u genieten. Eynde.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.