Skip to content
1720

Dichtkundige ziele-zangen

Philippus Sorgen

Stem: Van den 97. Psalm. 1. O Soete Jesu, wanneer sal het wesen, Dat gy mijn kranke Ziele zult genesen? O Jesu! sal die gy hebt uitverkooren? Onder 't bedroefde pak der sonden smooren, Sal Heer, mijn ysig hert Noch langer soo verwerd, In dese wildernissen, Sonder beweegt te zijn In ongevoel'ge pijn U lieflijk aanschijn missen? 2. O soete Jesu! hebben dan u wonden Haar kragt verloren, datse niet mijn sonden Afwasschen konnen, of hebt gy beslooten My voor altijd uit uwe gunst te stooten? Ach! Jesu, ach! mijn Ziel Schijnt in een tuimel-wiel Te wesen heel verdronken: Och! roept 's in grooten nood! Ik leg geheelijk dood, In dijnsingen versonken. 3. Wel soete Jesu, heeft u Geest zijn kragten Verlooren, die my te verquikken plagten? Of heeft u gunst, die gy my liet bekomen Haar woonplaats uit mijn Ziele weggenomen? Wat is dan dog, ô Heer, Dat nog mijn Ziel soo seer Werd van u weggedreven? Of is dit u besluit? Of is u goedheid uit? Of hebt gy my begeven?

4. O neen, die Ziel-verquikkende Fonteine, Uw' wondens-kragt sal nimmermeer verdwijnen, Nog u besluit, ô Jesu, sal niet falen, Of schoon u Schaapkens quamen af te dwalen: Schoon dat het aerdsche dal Veranderd wierd, en al De bergen wierden krachtig Met grooter magt beroerd, En in het hert gevoerd Der Zee, ô Heer Almachtig! 5. Maar 't is 't gedrogt, en tovermagt der Hellen, Dat 't samen spand om my ter neer te vellen, Daarom ô Jesu, laat uw' ingewanden Door uwe teere liefde tot my branden: Want sonder uwe kragt Kan ik die groote magt Van alle mijn vyanden In 't minst niet tegenstaan, Soo hevig komens' aan, Noch al haar wreede tanden? 6 Op, op mijn Ziel waar toe dit droevig klagen, Waar toe in klagt versleten gantsche dagen: Siet hier, siet hier u Heilands armen open, Tragt maar (al kanje niet) daar in te lopen: Waar toe soo lang gedraald: U schuld is al betaald: U Heiland heeft geleden. Neemt aan wat Jesus geeft: 't Is lieflijk wat hy heeft: Hy heeft voor u gebeden. 7. O Jesu lief, wanneer sal ik hier boven Met duisend Eng'len u gestadig loven; Als my in plaats van dit mijn droevig schreyen Dat eeuwig Halelujah sal verblyen! Ach Jesu, Jesu lief, Komt heimlijk als een dief,

Steeld gy vry heel mijn herte! 't Komt u ô Jesu toe, 't Is nu van heigen moe, Ontbind gy 't van zijn smerte. A.V.V. In 's Hertogenbosch, den 21. Octob. 1675.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtkundige ziele-zangen · Philippus Sorgen · Poetry Cove