Weder-Zang.
Ik heb vergeefs soo lang gewacht
Naar goede Vrucht, en rype Druyven,
Myn arbeid zie 'k geheel verstuiven,
Daar word maar stink-kruid voortgebragt.
Ik zal myn Akker braak doen leggen,
En niet meer ploegen nog meer eggen.
Ik heb gepoot, ik heb geplant,
Wat heb ik niet een macht van Kooren,
Gezaayt in uw' gemeste vooren,
In uwe vooren, Nederland,
Ik sond u schatten van myn Tolken,
En deed soo niet aan and're Volken.
Ik heb u met een muur omheynt,
Myn Knechten hebben uw bewatert,
Maar gy hebt haar wel toegesnatert,
Myn trouwe Voet hebt gy gepynt,
Gedrukt, gehoont, maar al uw' laster,
Deed hem maar worstelen veel vaster.
P.V.S.