Stemme: Dien ik myn hert en ziel beloof, &c. I. Oneindig Algenoegsaam Heer, U wonderlijke Werken, Zijn overal tot uwer Eer, Baarblijkelijk te merken. Heerlijk, heerlijk, heerlijk is hier u Naam op aarden. I I. Doch gy geeft uwe Majesteit Noch Heerlijker t'aanschouwen, Alwaar gy tot in Eeuwigheid, U Koningshof wild houwen. Heerlijk, heerlijk, heerlijk is daar u Naam vol waarden. I I I. Met duizend Engelen omzet; Als met soo veel Trauwanten, Doet Gy U wil, een staale wet, Door haar aan alle kanten. Gy zijt alleen, alleen een Souverein, Jehova. I V. Doet niet U Heiligheids ontsag, Haar onder vleug'len sluipen!
En van voor uw, die niemand zag, En levend' bleef, weg kruipen! Gy, Gy zijt d'Opper Heiligheid alleen Jehova. V. O Heer uw diamanten Throon, Be-Jaspist en Bepeereld; Is hondert duisentmaal zoo schoon, Dan al het mooy der weereld. Al wat dat is aan uw, dat is gansch zeer begeerlijk. V I. Hoe staan die Geesten daar in rang! Met opgesperde keelen; Om uit te galmen haren zang: My dunkt, ik hoorse queelen. Heilig, heilig, heilig, is de Heer der Heirscharen. V I I. Siet hoe zy in dit zoet geluit, Elkander ondersteunen; Ja zoo Gods lof Trompetten uit, Dat post en deuren dreunen. Heilig, heilig, heilig, is de Heer der Heirscharen. V I I I. Hoe! zijgt gy niet bedeest van schrik, Ter Aarden plotslijk neder; Hy zegt wie (Majesteit) ben ik? Om zulks te horen weder. Heilig, heilig, heilig, is de Heer der Heirscharen. I X. Zijt gy genegen, ziel op Aard, Der Eng'len toon te leeren: Zoo keer u ooren Hemelwaard, En luisterd haar, God eeren. Heilig, heilig, heilig, is de Heer der Heirscharen. X. Och! dat in uwe keele, Gods Verheffingen ook waren:
Zegt mee van die volkomen Rotz, Den Heer der Heierscharen, Van uwe heerlijkheid is alles vol op Aarden. X I. Daar komt, daar komt, daar komt een tijd Als al Gods lievelingen, Eenparig tot in Eeuwigheid Met d'Engelen zullen zingen, Heilig, heilig, heilig, is de Heer der Heirscharen. X I I. Begind te quelen hier beneen, Dit Heilig, heilig, heilig: Zoo word u reis naar boven heen, Genoeg'lijk, kort, en veilig, Och! dat, och! dat, och! dat wy haast'lijk daar by waren. W.D.
Cookies on Poetry Cove