Skip to content
1825

Herfstbloempje, voor de lieve jeugd

Petronella Moens

Antwoord O, mijn lieve LOTJE! wat zijt gij goed, dat gij mij zoo spoedig geschreven hebt. Dat had ik niet durven denken. De jufvrouw, die mijne leermeesteres, maar die ook de lieve moederlijke vriendin van al hare leerlingen, is, zegt dat gij heel goed zult leeren schrijven, LOTJE! O! die jufvrouw is zoo goed en zoo vriendelijk tegen mij. Ik ben hier regt tevreden. Alleen bedroeft het mij, dat ik onze lieve ouders en u allen, dagelijks, niet kan zien en omhelzen. En de juffertjes, die hier school liggen, zijn ook heele goede meisjes, daar ik altijd veel van houden zal. Maar, lieve LOTJE! wij zijn allen hier zoo bedroefd geweest, dat was ook de reden, dat ik uwen lieven brief nog niet heb kunnen beantwoorden. Ik zal u vertellen, lieve LOTJE! wat hier gebeurd is. Hoor! toen vader en moeder, en gij en broer PIET, mij hier bragt, zaagt gij immers hier die jonge mevrouw met dat lieve engelachtige kindje; gij weet het immers wel? want het was zoo goed op u en gaf u nog zoenhandjes, toen gij weer heen reedt. Die jonge mevrouw is de zuster van onze moederlijke vriendin en leermeesteres; doch dat lief kindje is gestorven, LOTJE! Terwijl ik dit schrijf vallen nog mijne tranen op het papier. Ja, lieve LOTJE! den dag na uw vertrek werd het kindje ziek: dat is te zeggen, het verloor zijne gewone vrolijkheid en was onrustig. De moeder dacht, dat het lieve engeltje ongesteld was, omdat het kiesjes kreeg, want het was nog geene twee jaren oud. Doch den volgenden morgen kwam mevrouw schreijende uit hare kamer …. Ach! mijne lieve kleine LOUIZE is heel ziek – zeide zij – ik heb heel den nacht bij haar wiegje gezeten. Het lieve engeltje heeft niets gerust. Wij waren allen bedroefd, vooral toen de verstandige geneesheer, die bij het kindje gehaald werd, verzekerde, dat het door eene zware koorts was aangetast, en dat het lieve kind niet buiten gevaar was. Nog dien zelfden dag kwam ook de vader, want mevrouw had om hem gezonden. Och, LOTJE! gij hadt zeker ook moeten schreijen, als gij het gezien hadt, hoe de lieve kleine LOUIZE hijgende op den schoot van hare bekommerde moeder lag. In haar wiegje wilde zij niet gaarne, maar haar brandende hoofdje ruste op de borst van hare moeder, die zij telkens vriendelijk toelachte. Ook toen de vader eerst bij haar kwam en haar weenende zijne lieve LOUIZE noemde, opende zij hare lieve bruine oogjes, en reikte hem haar handje toe, dat van koortshitte gloeide. Wij konden niets doen. Ik verzocht, al schreijende, om bij de kleine LOUIZE te mogen blijven; en het kindje had dat ook gaarne, want zij kende mij, en riep gedurig met half gebrokene woordjes: BETJE moet bij LOUIZE komen! O, ik wilde den geheelen nacht bij haar blijven, doch de jufvrouw stond mij dat niet toe. Evenwel kon ik niet slapen, en om vier ure was ik weer op. LOUISJE lag toen in haar wiegje, en de doctor zeide, dat zij bij het verheffen der koorts zou bezwijken, en dat was ook waar, LOTJE! … De bitter bedroefde moeder lag bij het wiegje geknield. LOUIZE scheen te sluimeren, doch zij werd allengs dood bleek. Te zes ure opende zij nog eens hare lieve matte oogjes, en wilde uit het wiegje. Mevrouw nam haar nu weer op schoot. LOUIZE streelde hare moeder, en gaf mij een handje. Toen lag zij weer stil, lachte nog eens vriendelijk, en sloot hare oogjes. Twee zachte doodsnikjes maakten een eind aan het leven van dit engeltje. O, LOTJE! toen werd zij zoo wit. Mevrouw gaf eenen luiden gil, en de bitter bedroefde vader nam het kindje van haren schoot, hield het in zijne armen, kuste het hartelijk, en leide het toen in de wieg. O! ik kan u niet zeggen, welk een droevige dag dat was. Maandag is de lieve LOUIZE begraven. Ik heb haar verscheidene malen dood gezien. Ach, LOTJE! wij stonden allen schreijende om haar doodkistje. Zij lag daar als een zacht slapend kindje. Hare lipjes lachten ons nog toe; maar zij waren verstijfd en ademden niet meer. O! ik zal nooit dat lieve kindje vergeten. De jufvrouw zegt, wanneer zij de lieve jonge mevrouw vertroost: gij moet uwe lieve LOUIZE aan GOD, haren hemelschen Vader toevertrouwen. Zijne liefde voor haar is oneindig volmaakter dan de teederste moederliefde. Uw kindje wordt in eene nog schoonere, nog betere wereld, dan deze is, opgevoed. Eenmaal ziet gij het verheerlijkt weder. Tegen ons zegt de lieve jufvrouw: Kinderen! dit onschuldig kindje is nu hoogst gelukkig. GOD heeft het, om wijze redenen en alleen uit liefde, zoo vroeg tot zich genomen. Het kende nog geen kwaad, en het zal geene rekenschap behoeven te geven van zijnen leeftijd; maar gij wel, mijne lieve Kinderen! Gij weet reeds, wat goed en wat kwaad is. Besteed daarom uwen tijd toch nuttig, want de tijd is een schat, dien de lieve GOD u toevertrouwt, om daar eeuwige vreugde voor te koopen of in te wisselen …. Lieve LOTJE! ik wil dan ook geen oogenblik laten verloren gaan. Doet gij toch ook zoo, mijne lieve meid! Ja, ik verlang ook al weer om eens bij u te zijn, schoon ik het hier kostelijk naar mijnen zin heb. Gij moet vader en moeder elken dag voor mij zoenen en ons klein MIETJE ook. PIET en DIRK moet gij ook niet vergeten. Ik ben blijde, dat gij voor mijn vo-geltje zorgt. Maar LOTJE-lief! pas ook op mijn rozenboompje. In de vakantie zullen daar wel knopjes aan zijn. Als moeder dan verjaart, wilde ik haar het eerste roosje geven. Nu mijn lieve LOTJE! groet ook onze vriendinnetjes JANSJE, KOOSJE en LETJE. Gij moet ook Fidel groeten. Ik ben altijd uwe liefhebbende zus BETJE

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Herfstbloempje, voor de lieve jeugd · Petronella Moens · Poetry Cove