Skip to content
1611

Emblemata amatoria

P.C. Hooft

Wyse: l'aymeray tousiours ma Phyllys, &c. Vluchtige Nymph waer heen so snel? Vluchtige Nymph waer heen so snel? Galathea wacht u wel, Dat u vlechten // niet en hechten, Met haer opghesnoerde goud, Onder de tacken van dit hout.

Wackere Nymphe, wendt, en siet Eens te deech van wie ghy vliet, Sneller dan de // harten, van de Honden die'r met open keel, Volleghen tot haer achterdeel.

Immer en volghe' ick u niet na, Met begheerte van u scha; Maer van zinne, om u Minne Te verwerven, voor de mijn. Acht ghy dat groot verlies te zijn?

Nymphe ghy vlucht al even stuyrs, En ick heb de borst vol vuyrs. Met een kusge // wilje blusje Dat ten deel, en wordt bedanckt. Gheefje dan meer als ghy ontfanckt?

Wildy my niet dees jonste doen? Lijdt dan dat ick u slechs soen Voor u lippen // ghy gaet glippen, Denckend', ick sou, hier ter stee, Kussen u hals en oochjens mee.

Moghelijck kuste' ick wel van als, Oochgens, Lipgens, witten hals, En niet tragher // noch wat lagher, Yet wat poeselachtichs; dan Dertele dier verloorg'er an?

Alle mijn lust en boevery Galathea dat zijt ghy. Comt wat nader // want wat spader, Als de Ioncheyt neemt zijn keer, Sal't u soo wel niet passen meer.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Emblemata amatoria · P.C. Hooft · Poetry Cove