Skip to content
1611

Emblemata amatoria

P.C. Hooft

Wyse: Diana soo ghy licht kunt overwinnen. 'TGhemoedt herwenscht verloren vrolijckheden, En wentelt in den schijn des tijdts verleden, Wanneer't de stappen siet die't heeft ghetreden.

Hoor ick haer naem, of comt me min my teghen, Het bloet comt, uyt mijn teen, nae't hooft ghesteghen. V hartje, Lief, en voelt het gheen beweghen?

Waer zijn versoncken u soete ghedachten? Die't lichaem teer benamen vaeck zijn crachten; En heucht u niet, mijn hart, van d'oude nachten?

En heucht u niet, mijn hart, wat blye daghen Soo veelderleye vondt van kusgens saghen? Wat Goodtgen set my weer op d'oude waghen? 'Tgheselschap van haer heusheydt wy bedancken. Houdt vry, in Venus naem, de voorste bancken. Ghy koost het krat, als wy, wist ghy de rancken.

Ick wou ghy waert ghepaert oock van ghelijcken. Soo mocht het u niet beuren om te kijcken; En leeren ons in plaets van kussen prijcken.

Fy, datter uyren van die nachten liepen, Die ons verwyten moghen dat wy sliepen, Dier ons de Goden tot haer weelde riepen.

Tot Hemels broot wy lepten Hemels wijntjen. Toont ons, noch eensjens maer, dat soet aenschijntjen, Ay goude Venus, met u malle kijntjen.

Maer vliedt de schoone Toveres van desen: Haer onlust moet ick meer als myne vresen: Soo toont ons Venus vry wat koeler wesen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Emblemata amatoria · P.C. Hooft · Poetry Cove