Skip to content
1611

Emblemata amatoria

P.C. Hooft

Op de wyze: Amynte l'Amoureux dont la plus riche gloire. INdien het claghen kan versachten d'onghenade Van't wanckelbaer gheluck, soo claech ick niet om niet. Maer claech ick te vergheefs, het is een cleene schade, Verlies van clachten, voor die't al verlooren siet.

Den Hemel die beschreyt, met uytghstorte stroomen, Door mededooghentheyt, de grootheyt van mijn quaet: En't suchten van de windt beweecht de droeve boomen, Om te beweenen mijn bedroefd' en banghe staet.

De blygheestighe May heeft sellefs een mishaghen, In haer cleenoodge' en pracht, van bloemen menichvout; En went o Voghelkens uw teere stem tot claghen, Claghen, wanneer ghy Minneliedtjens quelen soudt.

De sware dampen uyt mijn droevich hart ghetoghen Benevlen de Natuyr met al haer vrolijckheyt: Maer op u claer aenschijn o Vrouw van groot vermoghen En heft noch droeve damp noch naere duysterheyt.

Vw dreutsche schoonheyt can met een ghesicht verstroyen, En dryven in de vlucht de nevels en de nacht. Hoe soud de WederMin een ysich hart ontdoyen Op't welck medooghentheyt met allen heeft gheen macht.

Ach mijn Godinne' al waert, al schoon, al goedertieren, Kunt ghy u niet tot hulp, door medelyden, spoen: Soo troost de Slave van u edele manieren, Naer heuscheyt uwes Aerts, uyt lust om goet te doen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Emblemata amatoria · P.C. Hooft · Poetry Cove