Tiende zang.
Thans is men in het dramhuis bezig:
Het schuim proest gudsende uit de vaten,
Of borrelt gistende in de bakken;
Dus is het tyd dram te steilen.
Doch, wyl by ons de dram te steilen,
Juist als by andre stookeryen,
In onze verre moederlanden,
Het zelfde is, zal ik hiervan zwygen.
Daar komt een pont met vaarensgasten,
Met order om de suikervaten,
Die vol en droog zyn, af te haalen.
Ook komt daar ginds een boot met Britten,
Of liever met Amerikaanen,
Om de malassie heen te voeren,
Die, afgeladen in de barken,
Naar hunne nieuwe waerelddeelen
Gebragt word, om de dikke vochten
Tot keurelyke rum te steilen.