Skip to content
1804

Surinaamsche mengelpoëzy

Paul François Roos

Twaalfde zang.

Nu drinkt de slaaf het eerste zoopje, Geschonken van zyn' eigen akker. Men vraagt, vermits men op den zondag Heeft doorgemalen, om een' feestdag, Ten einde hunne nieuwe hutten Op 't allerplegtigst in te wyen. De landman, hun gestrenge meester,

Maar tevens ook voor hen een vader, Stemt gaarne toe in die verzoeken, En geest hen dram, in twee, drie pullen, En twee, drie pullen met malassie, Die, op hun dikgeknoeste schouders, In zegen worden weggedragen Naar de afgelegen Negerhuizen: Ook schenkt hy hen een dik vet varken, Ter oorzaak van zyne eerste maling. Daar gaat de ruime danszaal open! Hoor, hoor nu eens de trommels raazen! De Negers zyn in feestgewaaden, Met nieuwe hembden, nieuwe broeken, Of by verkiezing met kamiesen. Ook ziet men bier een' rei slaavinnen, Met nieuwe rokken, nieuwe paantjes, Elk met een' zakdoek op de schouders. Nu gaat men lustig aan het danssen, En treft den maatslag met de voeten; Een grysaart waait hen met den zakdoek, Die in het danssen overtreffen. Intusschen hoort men 't varken schreeuwen,

Het welk men bezig is te slachten: De jongens staan 'er naar te kyken, En schynen om de blaas te hunkren, Juist even als men, in November, By ons, in Holland, wel gewoon is. De danszaal galmt van vreugdeklanken; Men schenkt de punsch uit volle tobbes. Nu krygt 'er menigëen een roesje, En spreekt niet dan van zuivre liefde; Ook hoort men nu en dan eens kyven, Doch aanstonds is dit weder over: De vrolykheid wil niet gestoord zyn. De kok roept dat het eeten klaar is; Dus eet men van het vette varken: Men drinkt eens helder tusschenbeiden, En dan terstond weêr naar de danszaal: Daar danst men tot den vroegen morgen, Wanneer elkëen zyn matte leden Door zoeten slaap weêr zoekt to sterken: Dit slaapen duurt schier tot den middag. Nu wacht men naar 't namiddagüurtje, Nu wacht men naar de klok van vyven,

Wanneer men met de groote trommels Verschynt voor 't woonhuis van den landman. Nu, nu, moet moeder mede danssen, Ja, moeder moet nu mede danssen, En, by het vallen van den avond, Neemt dit zo vrolyk feest een einde.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.