Negende zang.
Het eerste stuk is afgemalen,
Dus gaat men aan het toppen zaamlen;
Men bind ze vast by kleine bosschen,
En legt die hoopswyze op de dammen.
Nu wacht men naar een' droogen morgen,
En laat de vlam het stuk doorloopen,
Die vreeslyk door de drooge blaêren
(By ons het tras) geraakt aan 't woeden:
Dit doet men opdat niet de wormen
Den afgekapten stoel doorknaagen.
Dan dekt men weêr den stoed met aarde,
En, na verloop van veertien dagen,
Komt reeds de tweede krop te voorschyn.
De landman let nu of 'er stoelen
Gestorven zyn, en laat hun plaatsen
Weêr: vullen met de nieuwe toppen,
En met de verdre nieuwe toppen
Beplant hy weder andre stukken:
Zo word zyn staat allengskens grooter.