Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXXIX.

Zijn oog is opgesperd, zijn mond gaapt wijder dan Een kostschooljongen voor een biefstuk gapen kan! Zijn adem stokt, zijn pols houdt halt, zijn edel wezen Is gansch verbouwereerd: die brief heeft hem belezen. Zeg, is die man verstomd, verplet door vreugd of rouw? Dat weten wij nog niet! of liever gij! maar 't zou Te wreed zijn, zoo 'k nog lang thans met uw aandacht spelend, Bleef draaien om hem heen.... 't Werd ook bepaald vervelend!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove