CXV.
En dies, o sprekend beeld van Neêlands glorie-eeuw,
Eerwaardig ridderkruis van onzer vaadren Leeuw,
Gegroet op 't ridderhart vol eedlen gloed, vol zaden
Van licht en vrijheid en van mannelijke daden!
Gegroet op de eedle borst waardoor Gods adem ruischt,
Die van welsprekendheid of reine zangen bruist;
Gegroet op de uwe, o trouwe kunstnaar, die de renten
Uw tijd, uw volk betaalt van godlijke talenten!