Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

I.

Wie heeft daar ooren voor een dwaas, ondeugend lied? Wien belgt een losse scherts en ronde waarheid niet? Wie laat mij vrijheid om te zeggen en te zingen Al wat ik hoorde en zag, al zijn het vreemde dingen! - Dat zal wel mettertijd verandren, menschen! maar Ik wil niet veinzen voor mijn drie-en-twintigst jaar. - Wie kijkt de wereld in met onbenevelde oogen En wordt niet graag door schijn, hoe deftig ook, bedrogen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove