IX.
Ik zoek vergeefs mijn ziel en zinnen af te leiden,
Den geest (den Booze!) van het lichaam af te scheiden;
Ik zwem, ik wandel, 'k scherm, 'k rij paard en jaag naar vreê,
Mijn Demon zwemt en schermt en rijdt en wandelt mee;
'k Schreef ter verstrooiing ook dit vers, in bange dagen
Van zielsneerslachtigheid en donkre weemoedsvlagen.