Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXV.

Die taal deed niet alleen het jonge volkje goed, Maar ook het vaderlijk en ridderlijk gemoed. Intusschen, hoorders, daar de liefelijkste zaken - Helaas, mijn jonkheid ook! - eens aan haar einde raken, Het grabblen is gedaan en de onuitputbre bron, De groene reiszak vol van zoetheên en bonbon, Is eindelijk leêggestroomd. Toch zie 'k de kindren smachten En kijken - of ze nog een kleinigheid verwachten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove