XLII.
Nu raken eerst in ernst de poppen aan het dansen,
Als heksen op de hei bij zomeravondglansen!
Mijn Saffo en peignoir kijkt alleraakligst zuur,
Mijns jonkers oog schiet spot en laster, vloek en vuur!
't Is klaar, dat hij nog aan geen mal figuur gewend was,
En van een trotsch en woest en vreemd temperament was.