XXII.
Maar 't lesje had gewerkt. Hij bleef hetzelfde wezen
Van vroeger niet; hij was veranderd en - genezen.
Niet meer zoo wuft en dwaas, hooghartig en bizaar;
Hij werd eenvoudig en verstandig, kalm en waar.
Hij zag zijn Mary aan, met zachter, wijzer oogen -
Mijn Hoorders, was die bal wel zoo verkeerd gevlogen?