Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXIX.

Het meisje, dat wij juist ‘maar, Vader..’ hoorden zeggen, Gaf nú een wenk om stil den brief maar neer te leggen Op tafel: onze Vriend, niet gansch op zijn gemak, Toog weer naar 't raam en stond, de handen in den zak, En zweeg en zuchtte en blies. Straks eensklaps opgestoven, Vloog hij de deur uit en de trappen langs naar boven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove