XXXV.
Twee ooms, twee tantes treden in, gedekoreerd,
De tantes niet, maar de ooms. Men rijst, men informeert
Naar weêr en welvaart; een van de ooms had pas het pootje,
Den andren nemen fluks twee neven in het ootje,
Die, te oud voor Sint-Niklaas, zich op de kanapé
Vrij bar verveelden, spes patris et patriae!
Kwajongens die de taal der godlijke oudheid leeren,
Sigaren rooken en den ‘Piepa’ niet vereeren!