XIV.
Och keer, Fantasio! en ga vergifnis smeeken!....
Hij buigen? neen, veeleer van woede bersten, breken!
Maar ei, hij is verliefd tot over de ooren toe,
Zijn rit wordt minder snel, zijn ros is doodlijk moe,
Hij stapvoet - hij bedaart - zal hij de teugels wenden?
Hij stijgt van 't paard en zinkt in diepte van ellenden!