13.
De koning verschrikte, werd rood en werd bleek:
- ‘Wat, leelijke zotskap, wat? Spreek, of ik steek
Dezen dolk, domme dwerg,
Door je been en je merg!...’
- ‘Och,’ snikt hij, ‘Sint Jozef! hoe kon het gebeuren,
Heeft Sire te-met niet mijn zak hooren scheuren?’