II.
Is 't ook een tijd waarin wij leven! ach, wij hooren
Geen geestig liedje schier uit Hollands dichterkoren!
En 't lieve Vaderland, het schijnt me al meer en meer
Eén godgeleerd dispuut, waar ik mij wende of keer'....
O Muzen mijner Jeugd, o schalken, zorgeloozen!
Laat me aan uw hart een wijl van al dien strijd verpoozen!