VII.
Gelijk als Pisa heeft ook Delft haar scheeven toren,
Die, al voor eeuwen her, de ruste placht te storen
In 't klooster aan zijn voet, te sombren winternacht,
Maar sinds door geen orkaan nog werd ten val gebracht
En pal staat, scheef maar pal, en, naar wij vast vertrouwen,
In Delft het langer dan wij allen uit zal houën.