III.
Straks komt de heilge Zorg! men ziet met andere oogen:
Uw ambt, uw zaak, uw beurs wil 't zwerven niet gedoogen,
Ons boeit het piepend kroost aan 't nestje van de trouw,
En - vogels zijn we niet!... maar wat ik zeggen woû,
Nochtans zoo treurig niets, als juist de huwlijksreisjes,
Die vaak het voorland zijn der liefste Delftsche meisjes.