Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

LXXXI.

De beide jongelui van straks, Minerva's kruis, De lieve dochter en de brave vrouw van 't huis, Elk had zijn deel in 't feest. Toen, hoorders, bleef ten leste, - Let op; want ik bewaar voor 't laatste het allerbeste - Toen bleef er in dien zak des heils, die op een stoel Geheel was uitgepakt te midden van 't gejoel, Nog over - éen surprise, een klein, wit, aardig pakje! Zeer netjes toegemaakt; mijn hoorders, met een lakje!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove