XXII.
O Gids! - dit en passant - van waar zoo duf en deftig?
Waar bleef uw jonge jeugd, zoo bruisend en zoo heftig,
Vol spes, vol vuur en vol genie! Zeg kreeg je een kwaal,
Of is 't nu zooals 't hoort, beleefd, professoraal?
Ampart je deftigheid! één sprongetje, uit je toga!
Trakteer je vrinden weer op zoeten wijn en Noga!