LX.
De deur slaat open en Sint-Nikolaas treedt in,
Al grommlend in den baard, die afstroomt van zijn kin;
Een masker voor 't gelaat - afschuwelijk van kleuren,
En wel geschikt den moed der kleinen.... op te beuren;
Een mijter op het hoofd, spits als een suikerbrood,
Een mantel om, de voering buiten, purperrood,
En ruim voor zes, een groenen reiszak in de handen,
't Land van belofte en zoeten koek en.... slechte tanden.