LXVI.
Die kindren zijn klassiek: zie op! zij scheppen moed,
En brengen een voor een aan Sint-Niklaas hun groet:
Die zegt een versjen op, een ander kent de namen
Der maanden uit zijn hoofd, een derde doet examen,
Een vierde spreekt wat Fransch, een vijfde reciteert,
Met gestes van papa, een fabel versch geleerd:
En elk, als zijn talent en deugden zijn gebleken,
Mag beî zijn handjes in den groenen reiszak steken.