XXXVI.
Juist in dat omzien, grijpt - uit een sigarenzakje,
Voor 't kreuklen met veel zorg verborgen in zijn frakje -
Mijn jonker een volant en slaat dien 't venster in,
Dat open venster! dáár! een bode zijner Min,
Want in de veertjes lag een rolletje, beschreven
Met 't allerliefste Fransch, dat Venus in kon geven.