Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXVIII.

O sinds ik eenmaal, toen 'k van kiespijn half creveerde, Mijn eigen ideaal, uit wrevel, dissekeerde, Held van mijn zwarten Tijd! wat bleef, wat werd er van? Hoe leek mijn Lucifer een spleenzieke Engelschman!... Het martlaarskroontje gleê geleidlijk van mijn lokken, En 'k was aan de' invloed van mijn boozen geest onttrokken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove