Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXVI.

Ja! welk een weelde mag de borst des mans doorstroomen, Die, in het schoone kind, het bruidje zijner droomen, De gade zijner jeugd herleven ziet! voor mij Is deze liefde-soort de schoonste poëzij, Daar reinheid, teederheid en kracht in samenvloeien; Een gloed, die niet verteert, doch immer dóór blijft gloeien!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove