Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XLIII.

Ja, schoon hier alles veinst, het had niet weinig in, Zich te verdraaien tot een schoonzoon naar zijn zin; Dien berg van domme idées en nonsens gansch te slikken En niet bij ieder brok van walging haast te stikken; Te kijken naar zijn lint dat breed door 't knoopsgat stak, Gelijk te geven of - te zwijgen, waar hij sprak, Al sloeg hij door op iets hoe dom ook en hoe grievend, Al prees hij nièt ‘de Tijd’, maar erger.... ‘'t Letterlievend.’

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove