XXIX.
Uw trotschen Meestertoon verbaasd gelijk te geven,
U half te aanbidden, 't is een faze in 't jonglingsleven;
De knaap, hij buigt niet graag voor 't koel, gezond verstand;
't Zijn maar drie woorden, om te zeggen: 'k Heb het Land!
Goed staat het, als een snor, op 't Leven wat te vloeken,
In alles Bitterheid en Ridikuul te zoeken....