Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXII.

Maar ducht ik voor mijzelf dat natste der klimaten, 'k Heb toch mijn Holland lief, gelijk een visch zijn graten. Ik ben er om-, er aan-, er in-, er doorgegroeid, Ik zwem al door het nat, daar 't land van overvloeit, En schoon heel koûlijk, 'k heb nog altijd stof tot danken, Dat 'k niet bij d' ijsbeer aan de Noordpool zit te janken!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove