Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

VIII.

Maar nooit, schoon 'k anders wel eens met de luî mag gekken, Nooit zou ik wagen dat gezicht haar na te trekken, Dat, toen haar voetjen, op haar kamer, vóór 't soupé, Juist over 't lief cadeau van onzen jonker gleê, Zij, bij die vondst en ná die lezing, heeft getrokken, Zij leegde haar karaf, - ze was fameus geschrokken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove