X.
Nu zat ze bij den glans der maan een uur te smachten,
En ging de zaak eens na, verzonken in gedachten.
Nu eerst, nú zag zij 't in, hoe Hij haar lang en veel
En vaak had aangestaard - och, arme! zij zag scheel
En dubbel; ik weet het niet hoe 't anders kon geschieden,
Dat zij des spotters blik hield voor verliefd bespieden!