CVIII.
Die tweestrijd duurde een poos. De spanning rees ten top,
Men hoorde hier een zucht en daar een harteklop,
Maar eindlijk door 't geluk en - door de omstandigheden
Verwonnen, roept hij uit: ‘Nu ja, ik wil 't verleden
Vergeten, dezen dag van roem en vreugd ter eer,
Ziedaar mijn hand, ziedaar... maak geen “Kokanjes” meer!’ -
‘Nu is mijn plan gelukt!’ - juicht hem zijn gade tegen,
En dankte luid haar man en stil des Hemels zegen!