XV.
'k Belijd u graag mijn schuld, al ware 't op mijn knieë, -
Maar 'k heb een passie voor dien eernaam van Marië!
Niet wijl die naam om 't hoofd der uitverkoorne' glanst,
Of, als een leliekroon, een eerste liefde omkranst, -
Och neen, die reden waar' te maanziek en te eenzijdig,
Ik min dien naam en ben op dat punt onpartijdig.