Skip to content
1869

Dichtwerken

P.A. Génestet

XXXIV.

Het was een hartstocht van mijn ridderlijken jonker, Te zwerven door het woud, bij 't scheemrend zomerdonker, En nauwlijks ziet hij 't ros, of brengt een vluggen groet Aan heel 't gezelschap, plukt een roos en grijpt zijn hoed, En met een wipje springt en glijdt hij in de beugels, In de ééne nog 't raket, in de andere hand de teugels.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken · P.A. Génestet · Poetry Cove